onenigheid

Een eerste scheiding onder de allereerste Ragdollfokkers

Voor Denny en Laura Dayton, Blossom Time cattery, die in 1969 het eerste Ragdoll paartje van Ann Baker koopt en die ook met Ann Baker samenwerkt, wordt in 1974 de tijd rijp om een verdere samenwerking met Ann Baker te stoppen en besluit hij Ann en de IRCA de rug toe te keren om zijn eigen fokprogramma te starten. Volgens de regels van IRCA moet men, als men Ragdolls uit de IRCA meeneemt deze Ragdolls laten castreren/steriliseren, of een andere rasnaam bedenken. Denny Dayton, die al Ragdolls van Ann heeft voordat de IRCA is opgericht, kan daarom legaal onder dit contract uitkomen en vanaf dat moment bestaan er twee verschillende rassen onder één naam: de Ragdoll. Denny Dayton met zijn 'halfbloed' (catfancy) Ragdolls (zoals Ann Baker ze noemt) die ondergebracht worden in de door hem inmiddels opgerichte RFC(I) (Ragdoll Fanciers' Club (International)) en de 'pure, zuivere' Ragdolls van Ann, ondergebracht bij de IRCA.

 

Een aantal fokkers hebben zich bij de Daytons gevoegd en deze groep fokten volgens de visie van de Daytons, met de blauwogige colorpoint Ragdolls, de Ragdoll zoals veel mensen die nu kennen. Al deze Ragdolls hadden één ding gemeen: ze waren allemaal rechtstreeks terug te leiden tot oermoeder Josephine, stamboomsgewijs. Ze kwamen in ieder geval allemaal uit de IRCA'stal'.

 

Ondanks dat Denny Dayton onder het contract van Ann Baker uit kan komen doordat hij zijn, van Ann Baker aangekochte, Ragdolls eerder in eigendom had dan dat Ann Baker de IRCA opricht, heeft hij in een latere fase toch IRCA Ragdolls aangekocht van andere IRCA Ragdoll fokkers i.v.m. verbreding van zijn genenpool. Dit betekent dat ook 'catfancy' Ragdolls teruggaan naar de lijnen van IRCA Ragdolls. Een van deze Ragdolls was een black/white Ragdoll.

 

De Daytons hebben hard gewerkt het ras erkend te krijgen bij de grote kattenverenigingen. TICA was de eerste grote stamboekorganisatie die de Ragdoll erkende.

 

Met hun cattery Blossom-Time zijn de Daytons een van de belangrijkste personen geweest voor het voortbestaan van het ras. Het is voornamelijk aan hen te danken dat de Ragdoll bekend is geworden bij het grote publiek.

 

Voor een Ragdollpaartje betaalde je $2500 in begin jaren 1970.

Opnieuw een scheiding in het ras

 

Op een gegeven moment wordt Ann Baker ernstig ziek en ziet het er niet zo best voor haar uit. Zij draagt haar geliefde Ragdolls en IRCA over aan een groepje fokkers die al die tijd al hebben samengewerkt met haar.

 

Maar het geluk is met haar en zij herstelt van haar ziekte. Zij wil het heft gelijk weer in eigen handen nemen, daar zij het idee gekregen heeft dat het bij haar Ragdollclub IRCA aangesloten groepje fokkers meer bezig is geweest hun Ragdolls mee te nemen naar een andere associatie ipv. het leiden van de IRCA.

 

Daar had Ann Baker een punt, want dit groepje probeert inderdaad aansluiting te krijgen bij Denny Dayton.

 

Helaas voor dit groepje fokkers is Dayton wel geïnteresseerd in hun IRCA pointed, blauwogige Ragdolls maar niet in hun IRCA andersgekleurde Ragdolls.

 

De fokkers in dit groepje willen niet alleen de IRCA pointed blauwogige- maar ook de IRCA nonpointed Ragdolls meenemen, als ook zij, in 1994, besluiten om met Ann Baker te breken. Er zit niets anders op dan een andere rasnaam te bedenken voor hun IRCA Ragdolls, deels uit respect voor Ann, maar er zit natuurlijk ook patent op. De nieuwe rasnaam wordt: RagaMuffin. Dus van de ene op de andere dag zijn het geen (IRCA) Ragdolls meer, maar RagaMuffins: een 'ex-(IRCA)Ragdoll' in alle kleuren en variëteiten incl. de pointeds.